
Algemene nabestaandenwet
Artikel 22
1
Recht op halfwezenuitkering heeft de nabestaande die een halfwees heeft, jonger dan 18 jaar, die niet tot het huishouden van een ander behoort.
2
Voor de toepassing van deze paragraaf en paragraaf 4 van deze afdeling alsmede van de afdelingen II en III van dit hoofdstuk wordt, in afwijking van hoofdstuk 1, onder nabestaande verstaan: de ouder van een halfwees of de persoon die als ware hij ouder zorg draagt voor een halfwees, die tot zijn huishouden behoort.
3
Het recht op halfwezenuitkering gaat in op de eerste dag van de maand waarin aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt voldaan.
4
Ten aanzien van het overlijden van een van beide ouders van een of meer kinderen, bestaat per huishouding slechts recht op één halfwezenuitkering ten aanzien van dit kind of deze kinderen voor één nabestaande. In geval sprake is van meer dan een nabestaande binnen één huishouding, die een aanvraag doen voor een halfwezenuitkering ten aanzien van dit kind of deze kinderen, bepaalt de Sociale verzekeringsbank welke nabestaande in aanmerking komt voor het recht op halfwezenuitkering.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.